top of page
Search

Maatregelen voor een strikter financieel beleid in de Vlaamse woonzorgcentra


De afgelopen maanden werd er veel gezegd en geschreven over allerlei maatregelen die de Vlaamse overheid zou nemen om de financiële transparantie en weerbaarheid van de Vlaamse woonzorgcentra te verhogen. Minister Crevits nam dit initiatief in het voorjaar van 2023 na een stroom van negatieve berichtgeving in de media over Vlaamse woonzorgcentra en een aantal parlementaire initiatieven in het Vlaams Parlement (vragen om uitleg, een motie, een hoorzitting en een vraag aan het Rekenhof om de Vlaamse woonzorgcentra financieel door te lichten).

 

Vlozo werd door de Vlaamse overheid betrokken bij de opmaak van deze maatregelen. Een proces waarin we steeds een kritische maar constructieve houding aan namen. Een houding ook die ons in staat stelde om te wegen op dit nieuwe beleid.

 

Intussen loopt dit traject naar haar einde en wordt er steeds meer officieel bekend over de verschillende maatregelen. Om het overzichtelijk te houden geven we hier een chronologisch overzicht van de ontwikkeling van de verschillende maatregelen.

 

1.Transparantie in de boekhouding en in de dagprijs (juli 2023)


De Vlaamse regering keurde vlak voor het zomerreces goed dat er vanaf 2024 gefaseerd een transparante sectorspecifieke boekhouding zal uitgerold worden over de 3 types van de woonzorgcentra. Dit betekent dat alle woonzorgcentra vanuit de eigen boekhouding zullen rapporteren volgens een uniform sjabloon waarbij een onderscheid zal gemaakt worden tussen de woon-, leef-, zorg- en organisatiekosten. Zo wordt de noodzakelijke transparantie gecreëerd over de omvang van de basistegemoetkoming zorg en krijgt de bewoner ook meer transparantie in de samenstelling van de dagprijs. Dit traject is vandaag nog lopende.

 

2.Concept nieuwe methodiek dagprijsindexatie (juli 2023)


Het Departement Zorg ging in juli 2023 van start met gesprekken met verschillende stakeholders, waaronder Vlozo, rond de ontwikkeling van een nieuwe methodiek voor de dagprijsindexatie. Deze nieuwe methodiek is nodig omdat de huidige indexatiemethodiek in het zware inflatiejaar 2022 op haar grenzen was gebotst.

 

Zowel het indexatieritme als de index waaraan de dagprijs gekoppeld is, wordt gewijzigd. In de nabije toekomst krijgen de Vlaamse woonzorgcentra de kans om te indexeren wanneer de spilindex overschreden wordt. Vanaf de eerste dag van de 2e maand volgend op de overschrijding van de spilindex kan het woonzorgcentrum de dagprijs indexeren. De aanvraag om te indexeren moet gebeuren via het e-loket. De geïndexeerde dagprijs kan dan na 30 dagen toegepast worden.

 

Voor de woonzorgcentra waar de dagprijs hoger ligt dan 25% boven op het gewogen gemiddelde van de private sector, wordt de indexering beperkt. Dit is een nieuwe compromismaatregel om de dagprijzen naar elkaar toe te laten evolueren.

Voor groepen van assistentiewoningen (GAW) wil men voor het indexeren een onderscheid maken tussen de dienstverlenings- en de wooncomponent. GAW’s zullen zelf kunnen kiezen of ze één dan wel alle twee de componenten zullen indexeren.

 

Dit zijn de voorlopige algemene principes. Deze moeten nu uitgewerkt worden in regelgevende teksten. Tot nader bericht blijven de huidige regels rond de indexatie van de dagprijs (1x per jaar en volgens de consumptieprijsindex) de regel.


3.Verbod winst op zorg (december 2023)


Via een Mozaïekdecreet (dat is een decreet dat aanpassingen doet in verschillende Vlaamse decreten) keurde de Vlaamse regering eind 2023 twee ingrijpende principes goed:

 

  • In het woonzorgdecreet wordt het principieel verbod op het realiseren van winst op zorg toegevoegd aan de lijst met organisatorische werkingsprincipes. De Vlaamse overheid stelt dat er geen maatschappelijk draagvlak is om winst of meeropbrengsten te maken op de zorgverlening in de residentiële ouderenzorg. Ten eerste omdat het gaat over zwaar zorgbehoevende ouderen in een kwetsbare en afhankelijke situatie en het niet de bedoeling kan zijn marges te genereren op de broodnodige zorg. Ten tweede omdat de zorgcomponent voornamelijk gefinancierd wordt door de Vlaamse overheid die tevens ook garant staat voor de erkenning en de handhaving.

  • In het toezichtsdecreet worden de toezichtsrechten van de Vlaamse Zorginspectie uitgebreid naar het geheel van de initiatiefnemers, ongeacht of zij feitelijk of juridisch afzonderlijke entiteiten zijn, verbonden met actoren in de zorg. De centrale vraag die zal moeten gesteld worden is of er tussen de entiteiten die zijn verbonden met de actoren in de zorg wederzijds al dan niet sprake is van een controlebevoegdheid van de entiteiten over de actoren in de zorg. Met deze uitbreiding hoopt de Vlaamse overheid dat de Vlaamse Zorginspectie nog performanter zal kunnen optreden.

 

De voornaamste kritiek die Vlozo in deze heeft is dat er geen duidelijke definitie is van ‘winst op zorg’ en dat het onduidelijk is over welke afzonderlijke of achterliggende entiteiten het juist gaat. Een kritiek die gedeeld wordt door het middenveld via een advies van de Raad Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

 

Dit decreet werd een eerste keer principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering en zit nu in de adviesprocedures (Raad WVG en Raad van State). Na deze adviesronde zal de Vlaamse regering dit decreet een tweede keer – al dan niet met aanpassingen – goedkeuren en doorsturen naar het Vlaams Parlement voor bespreking en definitieve goedkeuring in het voorjaar van 2024.

 

4. Maatregelen tot het versterken van de financiële weerbaarheid van de woonzorgcentra (december 2023)


In een besluit van de Vlaamse Regering (BVR) werden eind 2023 de volgende maatregelen principieel goedgekeurd:

  • Aanzuiveren negatief eigen vermogen à legt aan de erkende initiatiefnemer de verplichting op om melding te maken van een negatief eigen vermogen.

  • Beperking van interest op leningen à een erkende initiatiefnemer kan slechts geld lenen van een derde (geen financiële instelling of overheid) aan een streng gereglementeerde interestvoet. Het begrip lening wordt zeer breed geïnterpreteerd.

  • Beperking op risicodragende beleggingen à er kan maar sprake zijn van beleggingen voor zover kan worden aangetoond dat de erkende initiatiefnemer beschikt over voldoende cashflow om de gemiddelde loonmassa van twee maanden te kunnen betalen. Dit minimum moet onmiddellijk beschikbaar blijven, enkel de reserves daarboven kunnen worden belegd. De beschikbare financiële reserves dienen voor minimaal 80% belegd te worden in obligaties die een “investment grade” rating hebben.

  • Beperken van de mogelijkheid tot schenken van roerende of onroerende goederen à het bedrag wordt beperkt tot 10.000 EUR op jaarbasis. Schenkingen zijn enkel mogelijk indien de erkende initiatiefnemer het vorig boekjaar af sloot zonder verlies. De erkende initiatiefnemer moet een positief eigen vermogen hebben. En tenslotte moet de schenking in overeenstemming zijn met het maatschappelijk doel van de erkende initiatiefnemer.

  • Maatregelen voor vervreemden en huren van onroerende goederen à vervreemden en verhuren van onroerende goederen is enkel mogelijk indien de erkende initiatiefnemer, aan de hand van een schattingsverslag opgesteld door een erkend meetkundig schatter van onroerende goederen, het objectieve bewijs levert dat de vervreemding, de huur en/of verhuur gebeurt aan de werkelijke waarde of huurwaarde van het onroerend goed.

  • Beperkingen op het verstrekken van waarborgen aan derden à Een erkende initiatiefnemer kan zich geen borg stellen voor de verplichtingen van een derde. Er zijn uitzonderingen mogelijk. Een aanvraag van de erkende initiatiefnemer om een waarborg te verstrekken aan een derde moet binnen de dertig dagen door de bevoegde minister beantwoord worden. Zonder een formeel antwoord van de minister wordt de aanvraag veronderstelt aanvaard te zijn.

 

Dit BVR werd een eerste keer principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering en zit nu in adviesprocedure (Raad van State). Na deze adviesronde zal de Vlaamse regering dit BVR een tweede keer – al dan niet met aanpassingen – goedkeuren in het voorjaar van 2024. Een bespreking en goedkeuring door het Vlaams Parlement is niet aan de orde als het gaat over een BVR.

 

5. Communicatie rond maatregelen voor een strikter financieel beleid in de woonzorgcentra (januari 2024)


Minister Crevits en het Departement Zorg communiceerden op 15/01/2024 over het volledige pakket maatregelen dat de Vlaamse overheid in 2024 zal uitrollen. Deze communicatie ligt in lijn met wat er de afgelopen maanden werd besproken en beslist (zie hierboven):

 

Maatregelen

 

  • Voorzieningen met een negatief eigen vermogen moeten dit melden en een concreet plan voorleggen om het eigen vermogen aan te zuiveren. Het eigen vermogen is een belangrijke parameter voor de financiële gezondheid van een organisatie. Als het eigen vermogen negatief is dan zijn er meer schulden dan bezittingen en kan de continuïteit van de dienstverlening voor de bewoners en het personeel in het gedrang komen.

  • Voortaan komt er een controle op de intrestvoet die wordt aangerekend op een lening aan woonzorgcentra vanuit een derde partij die geen financiële instelling of overheid is. Zo willen we vermijden dat er onredelijk hoge intrestvoeten worden doorgerekend ten koste van het woonzorgcentrum.

  • Het geven van giften en waarborgen aan derden wordt beperkt om te vermijden dat woonzorgcentra garant staan voor de schulden van andere organisaties, wat de eigen financiële stabiliteit aantast.

  • Risicodragende beleggingen worden beperkt zodat de eventuele reserves ter beschikking blijven voor de zorgverlening.

  • De Vlaamse Zorginspectie zal 4 extra financiële inspecteurs aanwerven en 4 medewerkers voor de opvolging en handhaving van de financiële maatregelen

 

  • Besloten beleid

 

Transparante boekhouding

 

Er was een prepiloot fase in de zomer van 2023 en de stakeholders waaronder Vlozo werken aan een kader voor een sectorspecifieke transparante boekhouding. Intussen besloot de Vlaamse regering eind 2023 ook om een totaalbedrag van 12 miljoen EUR te voorzien voor de Vlaamse woonzorgcentra dat ze kunnen investeren in de opbouw van boekhoudkundige expertise. De Vlaamse woonzorgcentra ontvingen inmiddels al deze middelen.

 

  • Work in progress

 

Dagprijscontrole

 

Om de dagprijzen voor de bewoners onder controle te houden, zal er geen vrije prijszetting meer mogelijk zijn voor nieuwe voorzieningen. Ook initiatiefnemers, die een nieuw woonzorgcentrum willen opstarten, zullen de dagprijs moeten verantwoorden op basis van de kosten die ze maken. Er zou ook een beperking komen op de huurkost die kan worden doorgerekend in de dagprijs bij nieuwbouw, al is nog onduidelijk wat en hoe. Zo tracht de regering voor een ‘level playing field’ te zorgen tussen woonzorgcentra die zelf eigenaar zijn van hun gebouwen en woonzorgcentra die hun gebouwen huren.

 

Vandaag is het zo dat woonzorgcentra slechts 1 keer om de 365 dagen hun dagprijs kunnen indexeren volgens de evolutie van de consumptieprijsindex. Maar in tijden van zeer hoge inflatie is dit nefast. Woonzorgcentra moeten dan gedurende maanden de gestegen inflatie voorfinancieren en dit leidt tot zeer hoge, plotse stijgingspercentages voor de bewoners. Het indexatiemechanisme van de dagprijs wordt daarom voortaan aangepast aan de indexering van de pensioenen.

 

  • Wordt nu formeel in regelgeving gegoten

 


“Het nieuwe indexeringsmechanisme maakt de ouderenzorg meer voorspelbaar. Voorspelbaarheid is in de eerste plaats belangrijk voor onze bewoners, maar ook voor de woonzorgvoorzieningen die een gezond economisch en financieel beleid willen voeren. Ook voor strengere financiële regels is er begrip.  In de zorgsector is immers geen plaats voor cowboys.” Johan Staes - Gedelegeerd Bestuurder van Vlozo

 

 

115 views0 comments
jdenieuw.jpg
VLOZO-banner-Sodexo.jpg
bottom of page