Search

Zorgondernemer van de week: Gesprek met Johan Staes, gedelegeerd bestuurder van Vlozo

Updated: Jul 26

Met de zon hoog aan de hemel en een welverdiende vakantie in het verschiet, gingen we deze week op gesprek met Johan Staes, gedelegeerd bestuurder van Vlozo. Johan is intussen meer dan een jaar het leidend voorwerp van onze werkgeversfederatie en blikte tijdens dit gesprek terug op het afgelopen jaar en kijkt vooruit naar de uitdagingen die de Vlozo-leden het hoofd moeten bieden.


Op 1 juni 2021 ging u van start als gedelegeerd bestuurder van Vlozo. We zijn nu een jaar verder, hoe kijkt u terug op het afgelopen jaar?

Met een gezonde mix van opluchting en tevredenheid. Het was een heel intens en leerrijk jaar. Meestal wanneer je een nieuwe functie opneemt heb je tijd nodig om je in te werken in dossiers, om je medewerkers te leren kennen, om te weten te komen wie je leden-zorgondernemers zijn en wat hen aanzet om alle dagen het beste van zichzelf te geven. Ik kwam al snel tot de conclusie dat ik hier - door allerlei omstandigheden - niet altijd voldoende tijd voor werd gegeven. Vaak was het meer een kwestie van zonder angst meteen in het diepe einde van het water te springen en onmiddellijk te starten met een triatlon.


Een triatlon is de ultieme test van uithoudingsvermogen die bestaat uit verschillende disciplines. U vergelijkt uw eerste jaar met een triatlon?

Eigenlijk wel ja. Zwemmen, fietsen, lopen. Zwemmen was aan de orde toen ik net aan boord kwam van Vlozo. Het voor de sector heel belangrijk VIA6-akkoord was net afgesloten en moest in uitvoering gebracht worden. Heel veel technische dossiers zoals de uitrol van de nieuwe IFIC-functiecartografie en de gelijkschakeling van ROB en RVT kwamen daarin samen, terwijl COVID-19 ons ook nog in de tang hield. Om voorsprong te winnen en vooruit te kunnen kijken heb ik daarna moeten fietsen. Gelukkig kon ik daarvoor rekenen op ervaren sportbestuurders en ‘domestiques’, respectievelijk de bestuurders en stafmedewerkers. Zij hebben mij in spoedtempo wegwijs gemaakt in het landschap van de Vlaamse ouderenzorg. En vandaag loop ik de marathon. Het is immers cruciaal om onze sector, onze leden, voor te bereiden op de toekomst en om het belang en de meerwaarde van het privaat ondernemerschap in zorg en ondersteuning in het daglicht te stellen.


Waaruit bestaat dat belang en de meerwaarde van het privaat ondernemerschap dan in de zorg?

Private ondernemers zien opportuniteiten en oplossingen waar anderen enkel problemen zien. Zij gaan als maatschappelijk verantwoorde ondernemers aan de slag met het probleem, maken plannen, gaan op zoek naar middelen om het plan uit te voeren en bieden zonder taboes pragmatische en realistische oplossingen aan. Net zoals de pioniers in de Vlaamse residentiële ouderenzorg in de jaren 90.


Zorg bieden aan zorgbehoevende ouderen en ondernemerschap, is dit een werkbare combinatie?

Tuurlijk wel. Ouderenzorg draait uiteraard rond het aanbieden van kwaliteitsvolle zorg en ondersteuning, maar het moet zoveel meer dan dat zijn. Net zoals de triatlon uit drie disciplines bestaat, zo hebben (semi-)residentiële ouderenvoorzieningen in Vlaanderen ook meerdere functies te vervullen. De zorgcomponent is natuurlijk prioritair, maar we mogen zeker niet de woon- en leeffunctie uit het oog verliezen. In alle drie de componenten kan ondernemerschap de kwaliteit, het welbevinden en de ervaring naar een hoger niveau tillen omdat ondernemers makkelijker nieuwe evoluties oppikken, streven naar excellentie en de nodige investeringen kunnen genereren om vernieuwende ideeën rond excellentie in de ouderenzorg om te zetten naar realiteit.


Welke rol ziet u dan nog weggelegd voor de overheid?

Sta me toe te vloeken in de spreekwoordelijke kerk. De Vlaamse overheid voorziet, ondanks de vele en geapprecieerde inspanningen, nog steeds te weinig middelen voor de ouderenzorg. De Basistegemoetkoming Zorg (BTZ) die alle Vlaamse woonzorgcentra ontvangen voor de zorg en ondersteuning schiet te kort. Deze BTZ dekt vandaag niet eens 100% van de loonkosten van het normpersoneel. Dit recht trekken zou een topprioriteit moeten zijn van de Vlaamse overheid. Los daarvan vind ik dat de verschillende overheden die een impact hebben op ouderenzorg in dit land zich moeten concentreren op hun kerntaken. Private zorgaanbieders in de ouderenzorg hebben vooral nood aan een regelluw kader aangereikt door de overheden waarbinnen zij kunnen experimenteren om tegemoet te komen aan de zorgnoden van onze ouderen. Onze overheden moeten volgens mij vooral een rol als regisseur en bewaker van de zorgkwaliteit spelen.


U vindt dat de Vlaamse overheid dan moet blijven toezien op de kwaliteit door inspecteurs rond te sturen?

Uiteraard moet dit gewaarborgd worden door de Vlaamse overheid. Vooral aangezien zorg wordt gefinancierd met publiek geld. Ik ben er echter niet van overtuigd dat de zorginspectie zoals die vandaag georganiseerd is, het best geplaatst is om toe te zien op de zorgkwaliteit in voorzieningen als bijvoorbeeld woonzorgcentra en assistentiewoningen. De inspectie vandaag vertrekt steeds vanuit de opgelegde norm en niet vanuit de ervaring van de bewoner. Om na te gaan of normen al dan niet nageleefd worden, heb je anno 2022 geen Zorginspectie nodig. De overheid kan deze taken outsourcen. Zorgvoorzieningen kunnen zelfevaluaties uitvoeren die gecertificeerd worden door externe partijen. Dit zou een win-win kunnen zijn voor zowel Vlaamse overheid als de zorgvoorziening. De overheid kan dan door data-analyse meer gerichte inspecties uitvoeren. En de zorgvoorziening wordt continu gestimuleerd om beter te doen, zeker indien in de zelfevaluatie ook de stem van de zorggebruiker wordt meegenomen.


In Nederland kiest bevoegd minister voor langdurige zorg, Conny Helder, resoluut voor een fundamentele koerswijziging in de ouderenzorg. In de vijf komende jaren zal er ruim 770 miljoen euro worden geïnvesteerd in de ouderensector. Is in deze Nederland voor Vlaanderen een gidsland volgens u?

Ik heb met veel belangstelling het zeer helder geschreven programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) van minister Helder gelezen. Kijk, Nederland erkent het probleem van de snel vergrijzende bevolking. In Vlaanderen zie ik te weinig die ‘sense of urgency’, laat staan dat deze vertaald wordt naar concrete beleidsdaden. De vraag naar zorg en dan nog specifiek naar complexe zorg zal de komende jaren alleen maar razendsnel toenemen. En als dat nog niet voldoende uitdaging is, vergrijst het zorgpersoneel minstens even razendsnel. Het aantal 50-plussers in de zorgsector verdubbelde op 5 jaar tijd. Resultaat: er is een groeiende uitstroom van zorgmedewerkers uit de sector, en dit ondanks de extra verlofdagen en maatregelen die leiden tot werkbaar werk.

Het is een illusie te denken dat we het tekort aan professionals in de zorgsector met enkele tijdelijke maatregelen met een beperkte scope zullen oplossen. De door de federale regering aangekondigde flexibele regeling waarbij jonggepensioneerde zorgverleners tegen een aantrekkelijk fiscaal tarief kunnen meewerken in een ziekenhuis of een woonzorgcentrum biedt waarschijnlijk enig soelaas, maar is geen structurele oplossing voor het blijvend probleem dat zich meer en meer acuut stelt. Wat we echt nodig hebben in dit land is een masterplan voor ouderenzorg waarin de verschillende overheden in dit land samenwerken om een gezamenlijk vrij fundamenteel probleem op te lossen. Eén belangrijk element daarin kan bijvoorbeeld de aanpassing zijn van de wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (het vroegere KB78). Het is cruciaal dat deze wet aangepast wordt aan de dagelijkse realiteit op het terrein.


Er is vooral nood aan meer middelen om extra zorgpersoneel aan te werven nemen we aan?

Ik zou heel graag de Vlozo-leden een wonderformule aanbieden om de personeelstekorten op te lossen. Helaas heb ik die niet. Ik ben er wel van overtuigd dat er dringend meer middelen moeten geïnvesteerd worden in innovatie. Vlaanderen is sterk in het aanreiken van innovatieve en digitale oplossingen, alleen stropt het wanneer een zorgvoorziening wil investeren in technologie. Geef de sector middelen zodat zij volop kunnen investeren in technologische innovaties. Maar ook, geef ons de ruimte om ook onze arbeidsorganisatie innovatief te gaan bekijken.


Welke gebeurtenis van het afgelopen jaar heeft het meeste indruk op u gemaakt?

Zoals iedereen vermoed ik, ben ik bijzonder verontrust door de invasie van Rusland in Oekraïne en de daarop volgende humanitaire tragedies die zich tot hier laten voelen. Even onder de indruk was ik ook van de gastvrijheid en solidariteit die we – particulieren én organisaties – hier getoond hebben om hulp en ondersteuning te bieden.

Ik ben in deze uiteraard fier op onze leden. Velen van hen hebben hun huizen opengesteld om slachtoffers van deze weerzinwekkende oorlog op te vangen. Bewoners, medewerkers en directies maakten op minder dan een week 300 opvangplaatsen vrij. Alle verhalen raakten bij mij een gevoelige snaar. Je wenst het niemand toe, dagenlang op de vlucht zijn met je hele hebben en houden gepakt in een aantal zakken en daarna terecht te komen in een land dat je niet of nauwelijks kent. Gelukkig wordt iedereen goed opgevangen, in een warm huis en kunnen de woonzorgcentra en assistentiewoningen rekenen op de steun van de overheid hierin.


Om af te sluiten, wat gaat u deze vakantie nog doen?

Ik neem de tijd om wat te lezen en vooral om verder te werken. Vlozo wordt dit jaar 30 en dat vieren we met een groot feest op 26 oktober. Minister Hilde Crevits komt samen met andere gerenommeerde sprekers 30 jaar vooruitkijken. Het wordt een heel boeiende avond en hopelijk kunnen al onze leden erbij zijn!

0 views0 comments
Nobi_Banner.png