Search

Helden van de zorg, onder de spotlight en onder het vergrootglas.


27 februari 2020, nu ongeveer een jaar geleden, is de dag waarop de Vlaamse woonzorgcentra de allereerste van een lange rist communicaties van het Agentschap Zorg en Gezondheid ontvingen rond ‘Corona’. Het vervolg is genoegzaam bekend, de potentiële impact van de Corona-rollercoaster op de huidige en toekomstige medewerkers en directies van woonzorgcentra is dat veel minder.


In december 2020 riep de redactie van Knack ‘alle zorgkundigen, verpleegkundigen, poetshulpen, artsen en andere gezondheidswerkers’ uit tot personen van het jaar en gaf hen de titel, ‘de helden van de zorg’. Een titel die niemand hen betwist, een titel immers die talloze malen om 20u ’s avonds bij acclamatie door een applaudisserende bevolking reeds werd toegekend.


Een acclamatie, of ‘acclamatio’, was gebruikelijk bij Romeinse triomftochten. Even gebruikelijk tijdens deze triomftochten was de slaaf die een gouden kroon boven het hoofd van de veldheer hield en hem er voortdurend al fluisterend in zijn oor aan herinnerde dat hij maar een mens was.


Veel medewerkers en directies in de Vlaamse woonzorgcentra ervaren vandaag iets gelijkaardig. Enerzijds massaal bejubeld als de helden van de zorg, anderzijds regelmatige negatieve commentaren in politiek en media over wat er de afgelopen maanden tot op vandaag allemaal fout loopt in de woonzorgcentra. Het resultaat is een combinatie van spotlight en vergrootglas, een mix die niet zonder risico is. Iedereen die als kind ooit experimenteerde met de combinatie vergrootglas en zonlicht weet immers dat het voorwerp onder het vergrootglas na verloop van tijd in vlammen opgaat.


De uitdagingen in de Vlaamse residentiële ouderenzorg naar de toekomst toe zijn immens. Als samenleving kunnen we deze uitdagingen succesvol het hoofd bieden. Maar niet zonder voldoende competente en gemotiveerde mensen op alle niveaus die de residentiële ouderenzorg dagelijks doen draaien en naar een hoger niveau tillen. Dit betekent dat we vandaag niet alleen de huidige medewerkers, directieleden en leden van de raden van besturen gemotiveerd aan boord moeten houden, maar ook dat we potentiële geïnteresseerde nieuwe medewerkers, directieleden en leden van de raden van besturen niet mogen afschrikken.


Dit is geen vraag naar een ‘carte blanche’ voor de residentiële ouderenzorg, wel een vraag naar begrip en mededogen. Het fysiek en psycho-sociaal welzijn van de bewoners in onze woonzorgcentra moet steeds maximaal gewaarborgd en bewaakt worden, laat daar geen twijfel over bestaan. Maar laat ons evenmin vergeten dat medewerkers en directies van woonzorgcentra een hels jaar achter de rug hebben dat er – ook bij hen – fysiek en emotioneel zwaar in hakte. Een jaar ook waarin bitter weinig volgens plan verliep en er dus veel improvisatie, gebaseerd op de allerbeste intenties aan te pas kwam. In zo’n omstandigheden is het ronduit onredelijk een onberispelijk parcours te verwachten.


De medewerkers en directies van de woonzorgcentra stonden het afgelopen jaar pal in de storm en bleven uiteindelijk, maar niet zonder moeite, overeind. Een triomftocht zou – indien we deze nog zouden organiseren tenminste – dubbel en dik verdiend zijn. Maar dan wel eentje waarbij we als samenleving de medewerkers en directies niet permanent in het oor fluisteren dat het toch allemaal wat beter kon. We zullen deze mensen en hun opvolgers de komende jaren nog hard nodig hebben.


Kristof D’Exelle

Gedelegeerd Bestuurder (a.i.)





70 views0 comments